Het cruiseschip voor de vluchtelingen uit Oekraïne
Het cruiseschip voor de vluchtelingen uit Oekraïne Foto:

Vluchtelingen uit Oekraïne ondergebracht op cruiseschip

Algemeen

Wilde de gemeente Ambacht kort geleden nog een klein aantal vluchtelingen uit Oekraïne onderbrengen in een oude gymzaal, die daar totaal niet op berekend was, nu heeft zij ervoor gekozen maximaal 182 Oekraïense vluchtelingen in elk geval de komende 6 maanden op een spiksplinternieuw en super de luxe riviercruiseschip te huisvesten. Wij vroegen de gemeente ons meer over dit project, dat erg leeft in Ambacht, te vertellen. 

Verzoek Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Ambacht is aangesloten bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ), die in onze regio verantwoordelijk is voor de vluchtelingenopvang. De VRZHZ wil vluchtelingen opvangen in grotere locaties. zodat ze beter kunnen worden ondersteund en er meer ruimte is voor medische en psychologische hulp en activiteiten. De VRZHZ heeft onze gemeente gevraagd om voor in ieder geval een half jaar een opvanglocatie voor 200 vluchtelingen beschikbaar te stellen.

Het cruiseschip

Omdat er in Hendrik-Ido-Ambacht geen geschikte locatie bleek te zijn om zo veel vluchtelingen op te vangen heeft de gemeente voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen een cruiseschip aan de Citadelkade laten afmeren. Na de nodige voorbereidingen is deze locatie nu klaar voor het bieden van tijdelijke opvang. Het schip van 135 meter lang en 12 meter breed wordt onder normale omstandigheden ingezet als passagiersschip en daardoor zijn de 91 hutten van alle gemakken voorzien en zijn er ook grotere ruimtes, bijvoorbeeld een restaurant en een recreatieruimte. De verwachting is dat de eerste tijdelijke bewoners in de loop van deze week arriveren.

De tijdelijke bewoners van het cruiseschip

Op het cruiseschip is ruimte voor 182 personen. Hoeveel er uiteindelijk worden gehuisvest wordt bepaald door de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid. Zij coördineren dit proces voor de regio. Zij bepalen ook de samenstelling van de groep: qua sekse (mannen/vrouwen) en qua leefttijd ( jong/oud). Omdat het hier een schip betreft mogen er in verband met de veiligheid slechts personen vanaf 12 jaar worden opgevangen.

Hoe verloopt de communicatie met de vluchtelingen?

“Dat is echt maatwerk”, vertelt Eva Terhorst, woordvoerder van de gemeente. “In sommige gevallen zal het mogelijk zijn om in het Engels of een andere taal met elkaar te praten en in andere gevallen zal een tolk moeten worden ingezet. Daarnaast willen we ook zeker een beroep doen op vrijwilligers, die de taal machtig zijn. De basisinformatie die aan de Oekraïense vluchtelingen wordt verstrekt is in het Nederlands, Oekraïens en Russisch geschreven”.

Wat doet de gemeente voor de vluchtelingen?

“De gemeente verzorgt, in opdracht vanuit het Rijk, de essentiële zaken als het gaat om onderdak, voedsel, kleding en verzorgingsproducten. Als het gaat om onderwijs, werk, sport en recreatie speelt de gemeente een verbindende rol. Naast vrijwilligers, die zich volop hebben aangemeld om te helpen zijn er nauwe contacten met de Ambachtse organisaties. Zo heeft de Vereniging van Ambachtse Ondernemers gezorgd voor een vraag-aanbod site (ambachtwerkt.nl) waarop de vraag van zowel producten als diensten wordt gekoppeld aan de Ambachse ondernemers. Daarnaast spelen ook partner organisaties als Hi5-Ambacht, de kerken en de scholen een belangrijke rol hierin. Samen maken wij in Ambacht de opvang mogelijk”, aldus Eva..

Wie gaat dit allemaal betalen?

Dat deze opvangoperatie veel geld gaat kosten zal duidelijk zijn. Ik vroeg de gemeente tot slot wie dit allemaal gaat betalen. Eva daarover: “Je hebt te maken met heel veel verschillende soorten kosten, maar alle kosten in verband met het opvangen van vluchtelingen worden in principe vanuit het Rijk betaald. Gelukkig hebben we in Ambacht ook nog een hoop Ambachters en Ambachtse bedrijven die zich belangeloos inzetten voor de opvang van de Oekraïense mensen. Niet alleen door middel van vrijwilligerswerk maar ook door de donatie van goederen. En daar zijn we maar wat blij mee!”.

Tekst en foto: Jan O’teur