
Doortrekkende bonte strandlopers
Kunst en cultuurIn oktober komen in Nederland altijd grote aantallen zangvogels binnen vanuit Scandinavië. Grote groepen vinken en koperwieken trekken binnen vanuit het noorden, terwijl ook ganzen en smienten massaal binnen komen. Een deel van deze vogels blijft overwinteren, terwijl een deel ook weer verder trekt naar Zuid-Europa. Ook bonte strandlopers trekken in oktober massaal door. Wat kleine steltlopertjes met een vrij lange, enigszins gekromde snavel en zwarte, hoge pootjes.
Bonte strandloper is één van de meest algemene steltlopers in Nederland. In de Waddenzee kan je in de trekperiode honderdduizenden van deze kleine strandlopertjes zien, waar ze in grote groepen de slikplaten afschuimen op zoek naar voedsel. Dat doen ze uitsluitend tijdens laag water, omdat dat dan de slikplaten droog vallen en ze met hun snavel in de grond kunnen peuren op zoeken naar wormpjes en andere beestjes. Een deel van de bonte strandlopers blijft overwinteren in de Waddenzee, maar een deel trekt door naar het zuiden. De meeste trekken langs de kust, maar ook in onze regio kan je bonte strandlopers tegenkomen, met name in de Creezée- en Sophiapolder.
In deze tijd van het jaar wisselen de bonte strandlopers een deel van hun veren van het zomerkleed in voor het winterkleed. In het zomerkleed vallen ze met name op door een pikzwarte buik en een roodbruine mantel, terwijl in de winter het verenkleed vrijwel geheel grijswit is. Een stuk minder opvallend dus. Nu is vaak nog een mengeling van kleuren te zien, zoals ook bij de vogel op de foto hiernaast. Op de buik resteren nog wat zwarte veertjes, terwijl op de mantel de grijze veren van het winterkleed worden afgewisseld met bruine veertjes van het zomerkleed.
Vaak zijn de veren na een lange trektocht of na een broedseizoen ook wel aan vervanging toe. Door slijtage kunnen de veren aardig kapot zijn, maar ook bacteriën en mijten kunnen zorgen voor gaten in de veren. Om dat zoveel mogelijk te voorkomen onderhouden vogels hun veren heel goed. Ze nemen daarom regelmatig een bad om allerlei vuil uit de veren te verwijderen. Met hun snavel houden ze de veren op hun plaats en verwijderen ze mijten uit het verenkleed. Belangrijk is tevens het invetten van het verenkleed, wat dagelijks gebeurd vanuit de stuitklier. Vlak boven de staart zit deze klier, waar een vetachtige substantie wordt geproduceerd. Bonte strandlopers en ook alle andere vogels gaan met hun snavel langs deze klier en smeren vervolgens de was (want dat is het eigenlijk) over het verenkleed uit. Dit zorgt voor een goed waterafstotend verenkleed, maar beschermt veren ook tegen slijtage en houdt ze soepel.
De doortrekkende bonte strandlopers zien er nu dus compleet anders uit dan in mei, wanneer ze tijdens de voorjaarstrek weer onderweg zijn naar de broedgebieden. Broeden doen bonte strandlopers op de toendra tot ver in Rusland. De soort komt rond de gehele Noordpool voor, waarbij Nederland net buiten het broedgebied valt. Heel sporadisch is er in Nederland een broedgeval, maar we moeten het dus vooral doen met heel veel doortrekkende exemplaren.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com






