Paapjes zitten altijd bovenin de vegetatie, waaruit ze op muggen en andere insecten jagen.
Paapjes zitten altijd bovenin de vegetatie, waaruit ze op muggen en andere insecten jagen. Foto: Cornelis Fokker

Een doortrekkende kloosterling

Algemeen

Vanaf eind augustus maak je kans om op allerlei plekken paapjes tegen te komen. Elk jaar trekken weer tientallen van deze beestjes door en ze zijn ook de hele maand september te vinden. Paapjes zijn kleine vogeltjes (ongeveer formaatje koolmees) met een bruin gestreept verenkleed. Opvallend is een duidelijke wenkbrauwstreep boven het oog, waardoor hij zich van gelijkende soorten onderscheidt. De doortrekkende exemplaren die je in deze tijd van het jaar tegen kan komen zijn vrijwel uitsluitend jonge vogels. Volwassen mannetjes, die je soms in het voorjaar hier tegen kan komen, zijn een stuk contrastrijker gekleurd met een oranje zweem over de borst, zwart op de kop en een donkere rug.

Het is niet onwaarschijnlijk dat het paapje echter juist zijn naam te danken heeft aan het verenkleed van de jonge vogels. De bruine tint wordt namelijk vaak in verband gebracht met het bruine habijt van een kloosterling, vroeger ook wel een paap genoemd. Dat dit de oorsprong van de naam van het paapje is, is overigens niet helemaal zeker. Een mogelijkheid is ook dat de naam een paar honderd jaar geleden in de overlevering per ongeluk aan de verkeerde vogel is gegeven, waardoor de vogel anders misschien wel duinstag had geheten. In dat geval slaat ‘stag’ op de steigende baltsvluchten die het mannetje maakt, en de duinen waar de soort een voormalige broedvogel was. Tegenwoordig niet meer, want met het paapje gaat het in ons land niet best.
Voor de Tweede Wereldoorlog kwam het paapje vermoedelijk ook nog in onze omgeving tot broeden, mogelijk ook in Ambacht en Zwijndrecht. Het was een soort die het op ons extensieve platte land uit die tijd goed deed, met struikjes, rommelhoekjes en struweel. Vanaf de jaren ’50, toen het landschap snel veranderde en niet meer aantrekkelijk werd voor het paapje, is het snel bergafwaarts gegaan met het deze soort. Tegenwoordig broeden ze in Nederland alleen nog maar op grote heide- en veengebieden in Friesland en Drenthe. Hier zien we ‘m nu dus alleen nog maar op doortrek, met name betreft dat ook exemplaren uit de rest van Europa. In Scandinavië en Oost-Europa is het een algemene broedvogel.

Afgelopen zaterdag kwam ik ook weer een aantal paapjes tegen. Dit keer op het bedrijventerrein Ambachtsezoom, waar ze op hun typische manier aan het voedsel zoeken waren. Van bovenin de vegetatie houden ze de omgeving nauwlettend in de gaten. Nu en dan zetten ze plotseling de achtervolging in om een mug of ander langsvliegend insect te verschalken. Op de manier zijn ze voor vogelaars altijd makkelijk te vinden, want ze zitten altijd bovenin en het liefst op een hekje of paaltje. Ze kiezen dan ook altijd vergelijkbare plekken uit om zich tijdens hun doorreis weer vet te mesten. Open plekken met genoeg uitkijkpunten zijn belangrijk. Zo is ook de Crezéepolder een geschikte plek om nu het paapje tegen te komen. Opletten dus de komende tijd of er niet toevallig zo’n doortrekkende kloosterling met een opvallend wenkbrauwstreep in de topjes zit!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com