
Overlopende goudvinken uit de duinen
Kunst en cultuurDeze winter worden er op meerdere plekken in de regio goudvinken gezien en gehoord. Een soort die lang niet jaarlijks kan worden gezien, want broeden doen ze hier eigenlijk niet. Goudvinken zijn grote, lompen vinken, waarvan de mannetjes goed te herkennen zijn aan de knalroze borst. De vrouwtjes zijn daarentegen juist beige-grijs gekleurd op de borst, maar beide geslachten hebben een pikzwarte kop, dikke snavel en stevige nek. De staart is zwart met een opvallende witte stuit. Wanneer ze opvliegen valt dat vaak goed op.
Ondanks dat goudvinken relatief groot en fel gekleurd zijn, zijn ze meestal erg onopvallend. Ze kunnen lang stil zitten en zitten vaak diep in de struiken, waarbij ze vaak op de grond foerageren. Bovendien houden ze zich meestal samen of in kleine groepjes op, wat ook niet helpt om ze snel te vinden. Meestal is één van de eerste dingen die hun aanwezigheid verraadt de zachte, kenmerkende melancholische roep. Een zacht fluittoon die op het einde aflopend is. Goudvinken worden deze winter gezien in bijvoorbeeld Sandelingen-Ambacht, het Waalbos en in Polder de Hooge Nesse. Allemaal plekken met veel dichte struiken en bessen van bijvoorbeeld meidoorn en Gelderse roos. Goudvinken eten bij uitstek bessen, maar kunnen als die afwezig zijn ook overstappen op zaden en boomknoppen.
In bosrijke delen van het land zijn goudvinken ook geen ongebruikelijke gast op de voedertafel, maar op IJsselmonde heb ik dat eigenlijk nog nooit gezien. Desalniettemin wordt de kans natuurlijk wel groter als de aantallen toenemen in de bossen in de omgeving, dus opletten kan helemaal geen kwaad.
Zoals gezegd broeden goudvinken eigenlijk nooit bij ons in de regio. De dichtstbijzijnde broedgebieden liggen in de duinen, wat één van de beste broedplekken is voor deze fraaie vinkensoort. In de duinen zijn immers veel dichte struwelen aanwezig en die vormen ideaal broedhabitat voor deze soort. Ik vermoed dat in jaren met veel jonge goudvinken in de duinen, de kans groter is dat vogels uitzwerven naar het binnenland en zo ook in Ambacht en Zwijndrecht terechtkomen. Ook bij andere soorten zien we dat vaker gebeuren, bijvoorbeeld bij kleine bonte spechten. Deze kleine spechtensoort komt voor in natte wilgenbossen en in de Biesbosch is een grote populatie aanwezig. In sommige jaren zijn bij ons in de bossen langs de Oude Maas ook paartjes aanwezig, tot wel vijf paar, terwijl in andere jaren de soort weer verdwenen is. Dat laat zien dat de populatie niet op zichzelf kan staan, maar in gunstige jaren waaien ze dan vanuit andere gebieden over en kunnen ze zich weer vestigen. Dat kan dit jaar dus ook zomaar gaan gelden voor deze goudvinken, die dus wellicht deze zomer in onze regio blijven hangen. Vanaf april kunnen ze al starten met de eileg, dus de komende weken is het opletten geblazen of ze blijven hangen. Wellicht kunnen we dan ook de zang gaan horen, waarin het mannetje enkele melancholische, eentonige fluittonen afwisselt. Je moet er oor voor hebben!
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com








