Matkoppen zijn met hun grijsbruine verenkleed onopvallende vogels, die je meestal pas opmerkt na hun roep. Foto: Rutger Plaisier
Matkoppen zijn met hun grijsbruine verenkleed onopvallende vogels, die je meestal pas opmerkt na hun roep. Foto: Rutger Plaisier Arald

Houthakker in zwaar weer

Lokaal

Koolmees en pimpelmees zijn toch wel één van de meest bekende vogelsoorten, omdat ze zich vaak en regelmatig in tuinen laten zien. De koolmees met zijn zwarte stropdas, pimpelmezen juist met hun blauwe petje. Naast deze algemene soorten mogen wij blij zijn met nog een mees, de matkop. Deze soort is was saaier gekleurd, met grijsbruine bovendelen en vuilwitte flanken. Maar ook met een opvallende zwart kopkap en spierwitte wangen zoals een koolmees, maar verder alleen een zwart sikje.

Met matkoppen gaat het in Zuid-Holland en de rest van Nederland erg slecht. De aantallen gaan hard terug, terwijl we niet precies weten waar het door komt. In Zuid-Holland resteren ze vrijwel alleen nog in wilgenbossen langs de Oude Maas, Hollands Diep en de Merwede. Daarbuiten zijn ze vrijwel overal verdwenen. In Zwijndrecht zijn gelukkig dus ook nog wat paartjes te vinden, zeker langs de Oude Maas kan je in de wilgengrienden nog meerdere paartjes tegenkomen van deze standvogel. Matkoppen trekken namelijk helemaal niet. Wat dat betreft zijn het net huismussen die hun hele leven op een paar hectare slijten.

Matkoppen zijn net als andere mezensoorten holenbroeders, maar in tegenstelling tot kool- en pimpelmezen maken ze geen gebruik van nestkasten. Matkoppen hakken namelijk hun eigen nest uit, waarvoor ze dus zacht, rottend hout nodig hebben. Geliefde soorten zijn wilg, berk en els, waarvan dus ook veel dood hout beschikbaar moet zijn. In de grienden langs de Oude Maas is dat het geval, maar ook in het Develbos is nog voldoende geschikt leefgebied aanwezig voor deze soort. Ook daar kan je dus nog matkoppen tegen komen. Koolmezen en pimpelmezen zijn voor matkoppen overigens een bedreiging, want het uitgehakte nest kan door deze soorten worden overgenomen. De matkop staat dan met lege handen. Ook grote bonte specht is een geduchte tegenstander. Je zou het niet verwachten, maar in de zomer lustten die wel wat jonge matkopjes, waarvan de nesten in rot hout dus makkelijk kapot te hakken zijn.

Matkoppen merk je meestal als eerste op door hun roep. Ze hebben een ietwat klagende, maar luid roep, die klinkt als dèèh, dèèh, dèèh. Meestal schuimen ze met z’n tweeën de bossen af, waar ze vanaf de stammen en takken allerlei insecten oppeuzelen. In de winter eten ze ook zaden en ze bezoeken dan ook tuinen. In Heerjansdam gebeurt dat met enige regelmaat, maar in de rest van de regio liggen de broedgebieden wat te ver buiten de bebouwde kom. In Ambacht komen helaas geen matkoppen voor, sporadisch hebben ze weleens op de Galgenplaat gezeten. Matkoppen hebben echter een behoorlijke leefgebied nodig, een territorium beslaat zo’n 7,5 hectare.

Waarnemingen buiten de geschikte gebieden langs de Oude Maas en in het Develbos zijn dan ook beperkt, maar het is niet uitgesloten dat Sandelingen-Ambacht en het Waalbos op termijn ook geschikt worden. Deze bossen liggen op natte plekken en als het bos oud genoeg is, kunnen matkoppen geschikte dode bomen vinden om hun nestholte uit te hakken. Hopelijk weten de matkoppen hier nog stand te houden! 

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com