Een overvliegende veldleeuwerik is goed te herkennen aan zijn brede vleugels, kortachtig staartje, grotendeels bruine bovendelen en witte buik.
Een overvliegende veldleeuwerik is goed te herkennen aan zijn brede vleugels, kortachtig staartje, grotendeels bruine bovendelen en witte buik.

Veldleeuweriken op trek

Lokaal

Oktober is bij uitstek de maand van de vogeltrek. Vanuit Noorwegen, Zweden, Finland en verder Rusland in, zijn miljoenen vogels op trek gegaan naar Zuid-Europa en richting Afrika. Het mooie van de vogeltrek in oktober is dat nu met name overdag duizenden vogels doortrekken, waar in augustus en september de grootste aantallen ’s nachts migreren. Vanaf vaste zogenaamde telposten worden soms wel dagelijks de overvliegende soorten geteld en bijgehouden. Zaterdag kon ik het ook niet laten om naar de vogeltrek te kijken, en de groep vinken, sijzen, zanglijsters, aalscholvers en veldleeuweriken wisselden elkaar af. Op afstand zijn de soorten vaak al goed te herkennen, omdat ze net weer anders vliegen of dat de vorm van de groep onderscheidend is. Zanglijsters vliegen meestal heel losjes en wat onzeker, terwijl sijzen altijd in compacte groepjes vliegen en duidelijke golfvluchten maken. Veldleeuweriken zijn weer net iets forser en vliegen in een wat meer rommelig groep waarin de brede vleugels van deze soort opvallen. Als de vogels dichtbij genoeg vliegen, helpt de roep ook altijd enorm om te weten met welke soort je van doen hebt.

De trektijd van veldleeuweriken loopt van begin oktober tot in november en is dus net begonnen. Wat echter onzichtbaar is als je een groep langs ziet komen, is de samenstelling van zo’n groep. Zijn het vooral mannetjes of vrouwtjes, volwassen vogels of juist vogels die dit jaar uit het ei zijn gekomen? Onderzoek waarbij veldleeuweriken worden gevangen, leerde dat de vrouwtjes als eerste doortrekken, gevolgd door de mannetjes. Daarnaast zijn de volwassen vogels weer eerder dan de jonge vogels. Dit kon worden bepaald op basis van de lengte van de vleugels, die zowel voor de mannetjes als vrouwtjes (mannetjes hebben gemiddeld 1 cm langere vleugels) als voor volwassen en jonge veldleeuweriken verschilt.
Het aantal doortrekkende veldleeuweriken in Nederland neemt echter al jaren af. Dit komt overeen met de enorme afname van de soort als broedvogel. In 2010 broedden er nog veldleeuweriken in de Zwijndrechtse Waard (ik kan het me nog vaag herinneren), maar sindsdien zijn ze volledig verdwenen. De minutenlange zang van de veldleeuwerik, die hij al klimmend in de lucht voort brengt, is dan ook niet meer in deze regio te horen. Helaas! Dat is op heel veel plekken in Nederland gebeurd, waarbij de aantallen in Nederland zo’n 95% zijn afgenomen. Enorm. Deze massale afname heeft grotendeels te maken met de steeds intensievere landbouw, waarin vaker wordt gemaaid, meer gif wordt gebruikt en minder variatie in het landschap aanwezig is. Dit leidt dan weer tot veel minder doortrekkende veldleeuweriken. Waar het vroeger één van de meest talrijke soorten was, ben je tegenwoordig blij als je ze ziet.

De komende weken is de kans echter groot dat je ze tegenkomt, en zijn ze overal overvliegend waar te nemen. Afhankelijk van de windrichting zijn de doortrekkende veldleeuweriken en andere zangvogels goed te zien. Met name met een zuidenwind, wanneer ze tegenwind hebben, zijn ze goed zichtbaar omdat ze dan laag vliegen. Opletten dus!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com