Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door een onopvallend rood vlek achter op de kop. Bij het vrouwtje is de achterzijde van de kop helemaal zwart.
Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door een onopvallend rood vlek achter op de kop. Bij het vrouwtje is de achterzijde van de kop helemaal zwart.

Roffelende spechten in het dorp

Lokaal

In de vroege ochtend en in de avond is het gezang van de merels niet van de lucht. Overal hebben de mannetjes hun post weer ingenomen en laten ze hun zang weer door de straten schallen. Ook heggenmussen, tjiftjaffen, groenlingen en huismussen zijn alweer druk bezig met het verdedigen van hun territorium. Op plaatsen waar wat oudere bomen staan, is de kans bovendien groot dat je de roffel van een grote bonte specht hoort. In elk parkje kan je deze soort tegenwoordig wel tegenkomen, en soms is maar een klein groepje bomen genoeg voor een paartje spechten.

Wat dat betreft is er veel veranderd de laatste 50 jaar. In de jaren ’70 was er namelijk maar één broedgeval van grote bonte specht in Ambacht en Zwijndrecht. Tegenwoordig moeten het er tientallen zijn. De grote bonte specht vertelt daarmee het verhaal dat het aantal bomen serieus is toegenomen de afgelopen jaren. Veel parken zijn bovendien ouder geworden en ook komt er nog steeds bos bij. Meestal vestigen de eerste grote bonte spechten zich na een jaar of 20, wanneer de bomen net dik genoeg zijn om een nestholte uit te hakken. Omdat ze omnivoor zijn, dus zowel zaden en dierlijk materiaal eten, zijn ze niet per se afhankelijk van dood hout. Andere soorten spechten zijn namelijk vaak afhankelijk van het aanbod aan dood hout, omdat dat geschikt leefgebied vormt voor prooien als kevers.

Grote bonte spechten zijn dus verre van kritisch en komen dus al snel voor in een bosje opgaande bomen. Wanneer je iets van vetbollen of hazelnoten in de tuin voert, zijn ze ook helemaal niet te beroerd om dat op te zoeken. Schuw zijn ze dus niet, en mede hierdoor is de stand de afgelopen 30 jaar in Nederland verdubbeld! De kans is daardoor groot dat je nu tijdens een ochtendwandeling de roffel van een grote bonte specht hoort. Zowel het mannetjes als het vrouwtje roffelen, waarbij ze meestal een dode of holle tak uitkiezen die goed als klankkast kan functioneren. Door heel snel met hun kop op de stam te rammen, ontstaat een roffel waarmee ze hun territorium afbakenen en waarbij het mannetje en vrouwtje hun onderlinge band bevestigen.

Lang is de gedachte geweest dat spechten een speciaal mechanisme in de schedel had om enorme kracht van het roffelen op te vangen. Dit blijkt echter niet waar te zijn en ze hebben geen aangepast schedel of hersenen. Echter, tijdens het roffelen en het hakken in een boom, kunnen ze hun ondersnavel iets uitschuiven. Daardoor wordt de kracht door het lichaam opgevangen en worden de hersens ontzien. De ribben van een specht zijn bijvoorbeeld veel sterker en dikker dan van een vergelijkbare vogelsoort. Het hameren op de stam is dus niet pijnlijk voor spechten, mede omdat de kop en het lijf dus helemaal is afgestemd op deze bezigheid.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com