Kneutjes lieten zich afgelopen zaterdag volop zien, meestal in de topjes boven de braamstruwelen waar ze nestelen.
Kneutjes lieten zich afgelopen zaterdag volop zien, meestal in de topjes boven de braamstruwelen waar ze nestelen.

Rondje Waalbos

Lokaal

Regio - Afgelopen zaterdag gaf ik een vogelexcursie in het Waalbos. Een leuke plek voor deze tijd van het jaar, want het voorjaar is in volle gang en de afwisseling in het gebied zorgt voor veel verschillende vogelsoorten. We begonnen in het wat oudere gedeelte bij Rijsoord, waar in het jonge bos overal winterkoningen, zwartkoppen en groenlingen zaten te zingen. De groenlingen lieten hun kenmerkende zang goed horen en zeker de mooie, knalgroene mannetjes lieten zich goed bekijken. In de vele bramen in het gebied waren de kneuen actief bezig met de voorbereiding van het broedseizoen. Deze vinkachtigen broeden graag in dichte bramenstruiken, en doen dat dan ook met meerdere bij elkaar. De mannetjes met de rode borsten zongen veelal in de topjes, terwijl de vrouwtjes wat stiekem bezig waren met het uitzoeken van een geschikte plek voor het nest.

In de jonge wilgjes lieten zowel fitissen als tjiftjaffen zich vooral goed horen. Deze kleine, lichtgroene gekleurde vogeltjes zijn opvallend om te zien, maar hebben vooral een kenmerkende zang. Op het oog zijn ze lastig te onderscheiden, waarbij fitissen net een slagje groter zijn, duidelijkere wenkbrauw hebben en lichte poten. Bovendien wippen de tjiftjaffen vaak opvallend veel met hun staart. Ook de braamsluipers en grasmussen waren weer terug en lieten veelal vanuit het struikgewas hun brabbelende zang horen. Het geratel van een sprinkhaanzanger liet ons vervolgens enige tijd in de greep. Waar zat dit bruine vogeltje zijn eindeloos zang ten gehore te brengen? Het duurde even, maar toen vonden we ‘m in het riet niet eens zo gek ver van het pad. Door de telescoop liet het onopvallende beestje zich schitterend bekijken, terwijl de ratelzang eindeloos uit de wijd opgesperde bekje kwam.

In het meer open gedeelte van het Waalbos aangekomen bleken de oeverzwaluwen weer massaal terug. Boven de plasjes foerageerden ze, en rondom de aangelegde wand waar ze in de holtes zullen gaan nestelen, vlogen ze massaal. Op de plasjes dobberden wat slobeenden, kuifeenden en tafeleenden. In het riet zongen enkele rietgorzen. De mannetjes zaten boven in de topjes met hun opvallend zwart kop en witte sjaal.

Al wandelend door het Waalbos waren er al meerdere bruine kiekendieven overgetrokken naar het noorden. Op basis van het silhouet, met de opvallend in een V gehouden vleugels (een buizerd houdt de vleugels altijd kaarsrecht tijdens het zweven) waren ze goed herkenbaar. Toen even later een mannetje en vrouwtje samen te zien waren, was ook het onderlinge verschil goed zichtbaar. Het vrouwtje een stuk groter en veel donkerder, het mannetje kleiner en met meer grijstinten in het verenkleed.

Ten slotte was er bij de ijsbaan ook weer van alles te zien, omdat die dit jaar lang nat is gebleven voor de weidevogels. Kieviten en tureluurs lieten volop van zich horen, terwijl een doortrekkende groenpootruiter een korte tussenstop maakte. Watersnippen liepen onopvallend langs de oevertjes en vielen volledig weg in hun omgeving. Na het rondje van drie uur zagen en hoorden we uiteindelijk meer dan zestig soorten.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com