
Steeds meer gezoem in het gras
LokaalRegio - In onze regio is de kans steeds groter dat je een hard, aanhoudend zoemend geluid hoort als je langs ongemaaid grasland, berm of dijk loopt. Dit geluid is afkomstig van de greppelsprinkhaan, een relatief recente nieuwkomer in onze regio. In 2011 hoorde ik het eerste exemplaar voor IJsselmonde, waarna de soort lang alleen voorkwam op dijken langs rivieren, zoals langs de Oude Maas en in de Crezéepolder. De laatste twee jaar gaan ze echter ook steeds verder van de rivier af en verplaatsen zich waarschijnlijk via bermen en ongemaaide graslanden naar nieuwe plekken!
Greppelsprinkhanen behoren tot de sabelsprinkhanen. Deze naam is te danken aan de legboor van het vrouwtje, die als het ware een sabel aan haar achterlijf heeft. Met deze sabel boort ze een gat in dode stengels van kruiden, bijvoorbeeld distels, waarna ze de eitjes met de legboor afzet. Greppelsprinkhanen zijn goed te herkennen aan de witte rand op het halsschild, en zijn groen en bruin van kleur. Het is een schitterende sprinkhaan die al tientallen jaren sterk toeneemt in Nederland.
Greppelsprinkhaan werd voor het eerst in 1919 in Nederland vastgesteld, maar vanaf de jaren ’90 nemen ze steeds meer toe. Het warmere weer speelt daarbij een belangrijke rol, waar ze van profiteren net zoals meerdere zuidelijke sprinkhaansoorten. Ook het zuidelijke spitskopje en de zuidelijke boomsprinkhaan zijn bijvoorbeeld sterk toegenomen in Nederland. Bovendien profiteren greppelsprinkhanen goed van gefaseerd maaibeheer. Het duurt namelijk twee tot drie jaar nadat de eitjes gelegd zijn, voordat ze uitkomen. Wanneer een grasland intensief wordt gemaaid, worden de dode stengels te vroeg verwijderd voordat de eitjes kunnen uitkomen. Echter, als er stukken gras ongemaaid in de winter blijven staan, is de kans op succes veel groter. Tegenwoordig worden op steeds meer plaatsen stukken grasland ongemaaid gelaten, omdat bekend is welke effecten dat heeft op biodiversiteit. Greppelsprinkhaan is één van de soorten die daar goed van kan profiteren!
In Zwijndrecht en Ambacht vestigden greppelsprinkhanen zich voor het eerst langs de rivieren. Dat komt in de eerste plaats omdat daar vaak geschikt grasland aanwezig zijn, namelijk op ongemaaide dijken. Daarnaast kunnen greppelsprinkhanen zich over grote afstanden verplaatsen. ‘Normale’ greppelsprinkhanen kunnen niet vliegen, maar een klein deel van de populatie ontwikkelt lange vleugels. Deze beesten kunnen opstijgen en zich door de wind laten meevoeren. Waarschijnlijk zijn ze ook zo hier terecht gekomen en hebben ze de rivieren kunnen passeren. Als ze naar de grond gaan als ze weer land onder zich zien, zitten ze dus gelijk langs de rivieren. Een laatste optie is dat er dood plant materiaal is aangespoeld waar eitjes van greppelsprinkhaan inzaten. Deze passieve verplaatsing kan een belangrijke rol spelen bij sprinkhanen om nieuwe gebieden te koloniseren.
Nu ze zich eenmaal hier hebben gevestigd zullen ze zich vooral verplaatsen via ongemaaide greppels, bermen, slootkanten en dijken. Deze elementen verbinden natuurgebieden en zijn zo heel belangrijk voor greppelsprinkhanen, maar natuurlijk ook voor allerlei andere insecten die zich verplaatsen.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com







