
Meesters in camouflage
Kunst en cultuurEén van de meest onzichtbare vogelsoorten die bij ons de winter doorbrengt is misschien wel het bokje. Een kleine steltloper met bruingrijze tekening, en opvallende gele strepen op de rug. Qua formaat is het ongeveer een spreeuw. Ze wegen een grammetje of 50 en met hun lange snavel zoeken ze naar voedsel op modderige plekken met begroeiing van gras, riet en zegges. Bokjes kan je met recht de meesters van de camouflage noemen. Door de strepen op het verenkleed gaan ze volledig op in de omgeving, en dat weten ze maar al te goed. Ze blijven bij benadering altijd zo lang mogelijk in de vegetatie liggen, dan vallen ze immers niet op. Wanneer ze opvliegen worden ze goed zichtbaar en zijn ze kwetsbaar, zodat ze meestal pas vlak voor je voeten het hazenpad kiezen. Zo snel mogelijk landen ze vervolgens weer om weer volledig op te gaan in hun omgeving.
Van bokjes weten we eigenlijk nog maar heel weinig in Nederland. Aangenomen wordt dat de bokjes die hier in de winter zitten, uit de dichtstbijzijnde broedgebieden in het noorden van Finland komen. Een deel van de bokjes trekt nog verder door naar Zuid-Europa, maar door de zachtere winters blijven steeds meer exemplaren in Nederland overwinteren. Ook in onze regio zijn ze nu nog op diverse plekjes te vinden, waar wat ondiep water staat en dood gras of andere planten staan waar ze dekking in kunnen vinden. Omdat het een soort is waar nog maar weinig over bekend is, interesseert hij mij bijzonder. Vandaar dat ik al enige tijd onderzoek doe naar de bokjes in onze omgeving, door ze te vangen, ringen, meten en weer los te laten. Zo weten we in ieder geval al dat er exemplaren zijn die hier nu voor de tweede winter op rij zijn teruggekomen. Kennelijk bevalt het!
Ook vangen we bokjes op verschillende plekken in de omgeving terug. Het is daarbij goed om te weten dat bokjes eigenlijk nachtvogels zijn. Ze foerageren ’s nachts op moddervlaktes, terwijl ze overdag niet veel meer doen dan wat heen en weer schuifelen over wat vierkante meters. Echt actief zijn ze overdag dus niet te noemen, maar bij het vallen van de schemer verlaten ze de dekking naar de foerageerplekken. De slaapplekken waar ze overdag te vinden zijn, vormen waarschijnlijk een netwerk waar ze gebruik van maken. We vangen bokjes terug op andere plekken dan waar we ze ringden, maar opvallend is dat we verreweg de meeste exemplaren niet terugzien. Trekken ze verder door naar het zuiden? Zijn er veel meer plekken waar bokjes zitten dan wij denken? Zien wij ze niet? Wie zal het zeggen.
Overigens heeft dit intrigerende beestje zijn naam te danken aan zijn algemenere neefje: de watersnip. Die maakt een blatend geluid tijdens de balts, zoals een bok. Vermoedelijk ontdekte men later dat er ook nog een kleine variant van was, die men dus maar het bokje noemde. Maar dat geheel terzijde…
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com








