
Steeds meer reeën
LokaalIn de weinige polders van Zwijndrecht en Ambacht zijn met wat geluk steeds vaker reeën te zien. Deze kleine herten kwamen vroeger niet of nauwelijks in deze omgeving voor, maar de aantallen zitten in de lift. Waar de soort in de jaren ’30 van de vorige eeuw vrijwel uitsluitend nog in het oosten en zuiden van Nederland voorkwam, zijn ze sterk toegenomen sinds de soort beter wordt beschermd. Het duurde even voordat ze op IJsselmonde terecht kwamen, wat natuurlijk niet verwonderlijk is gezien de ligging tussen rivieren. Reeën zijn echter uitstekende zwemmers die prima in staat zijn om rivieren zoals de Oude Maas over te steken. Zelfs ben ik ook al eens sporen van een ree op de Sophiapolder tegengekomen! Om daar te komen moet het dier toch een behoorlijk stuk over de Noord zijn gezwommen, gezien de volgebouwde oevers.
Eenmaal aan land valt het nog niet mee om rust en leefgebied te vinden. De omgeving is hier behoorlijk volgebouwd en het aanbod aan geschikt leefgebied beperkt. Door nieuwe natuurgebieden zoals het Develbos en Waalbos is er echter behoorlijk wat nieuw leefgebied ontstaan. Op deze plekken zijn voldoende geschikte rustplekken op afstand van het pad, terwijl er grazige plekken zijn waar reeën ’s nachts kunnen gaan grazen. Dat is de belangrijkste combinatie die aanwezig moet zijn voor reeën.
In deze tijd van het jaar leven de reeën in groepjes, wat meestal een volwassen mannetje betreft met enkele vrouwtjes en jongen. Reeën zijn territoriaal, wat betekent dat ze bijna jaarrond binnen hun territorium blijven en dat ook verdedigen. Het territorium van een mannetje overlapt meestal met één of meerdere vrouwtjes. Soms moeten ze bij gebrek aan voedsel het territorium in de winter verlaten, maar in de winter zorgt dat voor minder problemen. In het voorjaar wanneer nieuwe reekalfjes worden geboren verspreiden de reeën zich en worden ook de jongen van het voorgaande jaar uit het territorium verdreven. Die moeten dan hun eigen plekje zien te veroveren. In juli en augustus is de bronsstijd voor reeën, wanneer wordt gepaard en het territorium wordt verdedigd. Veel vechten reeën overigens niet en het gewei dient in eerste instantie om indruk te maken op de tegenstander. Als het toch zover komt doen ze meestal ook zachtjesaan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld edelherten. In het begin van de winter verliezen alle reebokken hun gewei. Dat komt omdat na de bronstijd de hoeveelheid testosteron afneemt, waardoor het benige materiaal aan de basis van het gewei oplost.
Het voedsel van reeën varieert van gras, bladeren, twijgen tot paddenstoelen. Ze eten altijd het meeste voedzame deel, omdat ze met hun kleine maag maar kleine hoeveelheden kunnen verteren. Wanneer reeën eten, blijven vooral de oudere dieren alert op gevaar. Na elke paar happen kijkt één van hen met een ruk op om lucht te snuiven en de omgeving af te zoeken. In onze omgeving hebben reeën vooral veel te vrezen van de mens, bijvoorbeeld als ze worden verstoord door loslopende honden of wanneer ze wegen over proberen te steken.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com








