In het Waalbos zag ik vorige week een dodaars met jong. Volwassen dodaarzen zijn goed te herkennen aan de kastanjebruine kop, met een opvallende witte vlek bij de snavelbasis. De jonkies hebben meer streping op de kop en zijn bovendien veel lichter gekleurd.
In het Waalbos zag ik vorige week een dodaars met jong. Volwassen dodaarzen zijn goed te herkennen aan de kastanjebruine kop, met een opvallende witte vlek bij de snavelbasis. De jonkies hebben meer streping op de kop en zijn bovendien veel lichter gekleurd.

Het kleinste fuutje ter wereld

Kunst en cultuur

Het broedseizoen is eigenlijk voor alle vogels afgelopen, maar natuurlijk zijn er nog een paar uitzonderingen. Op enkele plaatsen kwam ik bijvoorbeeld nog futen tegen met bedelende jongen, van die grijswitgekleurde jonkies die continue bedelend achter de ouders aanzwemmen. Echter, ook het kleinste fuutje ter wereld, de dodaars, kan zo laat in het jaar nog jonkies hebben. En dat is het geval, want vorige week zag ik nog een dodaars met jong in het Waalbos.

Dodaarzen zijn kleine fuutjes met een opvallende kastanjebruine kop en een opvallende witgele vlek bij de snavelbasis. De rest van het verenkleed is vrij bruin gekleurd, met op het achtereind een opvallende dot veren. Daar komt ook de oorsprong van de naam vandaan: dod-aars. Dodaarzen jagen net als andere soorten futen op hun prooien onder water. Vanwege hun geringe formaat eten ze met name insecten, zoals larven van libellen. Ook kleine visjes, kikkervisjes en allerlei andere kleine waterbeesten staan op het menu. Deze prooien zijn ook in het najaar nog volop beschikbaar, wat vermoedelijk de belangrijkste reden is dat ze nog tot zo laat in het jaar jongen kunnen hebben. Op deze manier kunnen ze tot wel drie nesten per jaar grootbrengen. Hierdoor kunnen de aantallen ook weer snel herstellen na strenge winters. Strenge vorst is namelijk dodelijk voor dodaarzen, die maar over kleine afstanden trekken en dus heel kwetsbaar zijn bij het dichtvriezen van het open water.

Dodaarzen hebben een voorkeur voor helder water, en vooral veel onderwatervegetatie. Dergelijke geschikte plekken zijn bij ons in de regio maar schaars en het aantal dodaarzen wat hier broedt is dan ook op één hand te tellen. Extra leuk dat er in het Waalbos dit jaar dus twee paartjes succesvol hebben gebroed. De jongen zijn net als bij futen veel minder uitgesproken dan hun ouders, en ze hebben ook opvallende streping in het verenkleed. Net als de volwassen vogels kunnen de jongen al lang onder water blijven, want dat is waar dodaarzen echt goed in zijn. Onder water kunnen ze lange afstanden afleggen, en dat is ook hoe ze meestal voor gevaar vluchten. Vaak komen ze dan helemaal in de dekking, tussen het riet aan de oever, weer onzichtbaar boven. Als planten op de oever ontbreken kunnen ze ook zelfs gaan snorkelen. Dan houden ze alleen het puntje van de snavel boven water, zodat ze alleen door hun snavel, als ware het een snorkel, nog ademhalen. Een andere opmerkelijke eigenschap van dodaarsjes is dat ze met enige regelmaat veertjes opeten. Deze veren beschermen de ingewanden tegen scherpe botjes of andere stukjes die in hun prooien zitten. Bovendien helpen de veertjes om braakballen te produceren, en zo de onverteerbare resten uit te kotsen.

Buiten de zomerperiode komen dodaarzen wat algemener voor in onze regio. Met name in het Waaltje kunnen in de winter soms tientallen van deze kleine fuutjes verblijven. Goed opletten daar dus, want voor je het weet zijn ze onder water al naar de oever gevlucht.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com