Grasmussen zijn nu bezig met de trek naar het zuiden, waarvoor ze zich vol eten met bessen en bramen.
Grasmussen zijn nu bezig met de trek naar het zuiden, waarvoor ze zich vol eten met bessen en bramen.

Grasmussen

Lokaal

Afgelopen week hoorde ik op veel plekken het kenmerkende roepje van de zwartkop. Een harde, luide ‘tjsek’. De zwartkop behoort tot de familie van de grasmussen, en zijn herkenbaar aan hun grijs lichaam en een opvallend zwart petje. De vrouwtjes hebben dan juist weer een bruine pet, maar moeten ook onder de naam ‘zwartkop’ door het leven. Grasmussen onderscheiden zich van de andere zangvogels door hun helder zang en een meestal grijsbruin uiterlijk. De tuinfluiter, ook zo’n soort grasmus, is daar misschien wel het beste voorbeeld van. Onder vogelaars wordt nog weleens gekscherend gezegd dat als een zangvogel geen opvallende kenmerken heeft, het wel een tuinfluiter moet zijn. Grijsbruin, niet heel veel meer.

De verschillende soorten grasmussen trekken in september vanuit Nederland naar het zuiden, en ook vanuit het noorden passeren veel grasmussen ons land. Dat zijn niet alleen zwartkoppen en tuinfluiters, maar ook de braamsluiper en de grasmus (het is ook een soort) zijn relatief algemeen tijdens de trek. Al deze soorten trekken in principe weg naar Afrika, maar een steeds groter deel van de zwartkoppen blijft in Nederland de winter doorbrengen. Met hun dunne snavel zijn de grasmussen het grootste deel van het jaar typische insecteneters. Echter, als de bessen en bramen rijp zijn stappen ze enkele maanden over op een bessendieet. Vlierbessen, duindoorns en bramen zijn favoriet, en omdat die bessen nu massaal rijp zijn, kunnen ze in korte tijd eenvoudig aansterken voor de lange reis naar het zuiden.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld boerenzwaluwen, die ook in september massaal wegtrekken, trekken grasmussen eigenlijk altijd ’s nachts. Kleine vogeltjes die dus zelfstandig naar het zuiden vliegen, uiteraard wel onder goede omstandigheden. Het windje in de rug. Overdag sterken ze dan weer aan op rustige plekken, maar dat kan ook zomaar bij ons in de regio zijn natuurlijk. Vaak sluiten ze zich aan bij mezengroepjes, zodat ze op tijd gealarmeerd worden voor gevaar. Een rondtrekkende mezengroep kan zo wel uit tientallen vogels bestaan. Sommige soorten in zo’n groep zijn op zoek naar insecten, bijvoorbeeld tjiftjaffen, terwijl andere zaden eten of dus juist besjes. Ze zijn alleen allemaal gebaad bij veel ogen. Een naderende sperwer wordt zo het snelst opgemerkt, zodat ze zich allemaal uit de voeten kunnen maken.

Ook grasmussen kunnen zich dus aansluiten bij zo’n groep en kan je nu in struiken wel tegenkomen. Deze soort is in het broedseizoen altijd opvallend aanwezig, omdat de mannetjes dan in de top van een struik hun korte zangstrofes laten horen. In deze tijd van het jaar zijn ze een stuk lastiger te zien, omdat ze vaak diep in de struiken zitten om op te vetten voor de aanstaande reis. Met wat geluk komen ze echter tevoorschijn. Grasmussen vallen nu op door de bruine vleugels, lichte onderkant en keel en het bruine petje. In de vlucht valt hun relatief lange staart op en de kenmerkende witte buitenste staartpennen. Plekken met veel struiken zijn geschikt om de soorten grasmussen tegen te komen, bijvoorbeeld het Develbos of Sandelingen-Ambacht.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com