kantine IFC
kantine IFC

IFC: ton van Caifonds voor clubhuis

Lokaal

Uit de gelden van het Caifonds kreeg voetbalvereniging IFC eind vorig jaar een bedrag van maar liefst 100.000 euro. Voorzitter Cees Bijl gaf toen al aan dat de vereniging dit bedrag zou gaan besteden aan de clubaccommodatie. Bestuursleden Wim van der Meulen (financiën) en Floor van de Velden (onderhoud vertellen over de plannen.

“We zetten in op verduurzaming van de accommodatie, zowel letterlijk door fysieke maatregelen maar ook zo dat het clubhuis sociaal en maatschappelijk aantrekkelijk is en zijn belangrijke rol in het clubleven kan vervullen. Dat hoort voor ons bij maatschappelijk verantwoord ondernemen”, stellen beide mannen. Wim van der Meulen legt daarbij uit dat de inkomsten van de club komen hoofdzakelijk van de contributie van de 900 betalende leden en de omzet van de kantine. “Met die gelden moeten we onze jaarlijkse exploitatie dekken. Je kunt contributies en consumpties niet blijven verhogen om extra uitgaven te voldoen. De ton die we uit het Caifonds hebben gekregen maakt het nu mogelijk om echt met verduurzaming aan de slag te gaan. Zonder dat geld zouden wij veel wensen niet in vervulling kunnen laten gaan”.

Energie
In de jaarlijkse exploitatie van de vereniging is energie een belangrijke kostenpost. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bestuur kijkt naar maatregelen als isolatie, zonnepanelen, ledverlichting en de mogelijkheden voor warmte en koeling in het clubgebouw. “Honderdduizend euro is veel geld maar we willen het echt alleen gebruiken voor verduurzaming, niet voor extra kleedkamers”. Een binnenkort verschijnend rapport van Klimaatroute moet aangeven welke maatregelen het meest effectief zullen zijn.

Beleving clubgebouw
Daarbij zijn voor het bestuur niet alleen de uiteindelijke besparingen in kosten belangrijk maar ook de beleving van het clubgebouw. “Het is fijn en goed om jeugd bij de vereniging te hebben. Maar door de jaren heen blijven mensen niet alleen lid om aan de wedstrijden mee te doen. Het is juist de entourage en gezelligheid rondom wedstrijden die maken dat mensen blijven. Daarom hoort een aantrekkelijke kantine er gewoon bij. Als de vereniging jonge en wat oudere leden weet te binden, dan helpt dat ook om bijvoorbeeld problemen met hangjeugd te voorkomen. Als bestuur willen we daarom iedereen de mogelijkheid bieden om voor onze vereniging te spelen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Oekraïners en statushouders, die met elkaar willen voetballen en gebruik kunnen maken van onze faciliteiten. Voorwaarde is wel dat ze meegaan met onze normen en waarden”.

Het bestuur realiseert zich dat het beleid van open-deur-voor-iedereen ook betekent dat de vereniging moet investeren in trainers en begeleiders. “Dat kunnen niet meer alleen vrijwilligers zijn”, stellen Van der Meulen en Van de Velden. “Maatschappelijke problemen komen ook de vereniging in. Wij leiden onze trainers daarom niet alleen op voor de technische kanten van voetballen maar verwijzen hen ook naar cursussen bij de KNVB, die aandacht geven aan de randverschijnselen bij de club. Ook dat hoort bij duurzaamheid”.

Vraagbaak
Van der Meulen vermoedt dat er plaatselijk, regionaal of landelijk wellicht ook nog andere mogelijkheden zijn om subsidies of bijdragen te krijgen voor verbetering van accommodaties of bijscholen van vrijwilligers. “Maar bestuursleden zijn allemaal vrijwilligers, de naast hun bestuurswerk ook ander werk moeten doen. Wij hebben niet de tijd en kennis om te uit te zoeken. Het zou besturen van alle verenigingen in Ambacht heel erg helpen als er bij de gemeente een vraagbaak zou zijn die besturen de weg kan wijzen in de trant van ‘probeer het eens bij die en die stichting’. Op den duur zou er zo een handboek kunnen ontstaan met tips en informatie voor verenigingsbesturen.

Tekst: Trudy Wehrmeijer