
Een kleine vlinder, maar grote verliezer
LokaalOnopvallend vliegen ze als kleine, oranje vlindertjes door het hoge gras: zwartsprietdikkopjes. De zomer is de tijd dat dit kleine dagvlindertje vliegt en ook in Zwijndrecht gezien kan worden. Zwartsprietdikkopjes behoren tot de dikkopjes. Een familie van dagvlinders die klein zijn, maar in verhouding een grote, dikke kop hebben. Dat komt voor een belangrijk deel door de enorme roltong die ze hebben, waarmee ze diep in bloemen op zoek kunnen naar nectar.
In Nederland komen een zestal soorten dikkopjes voor, waarvan het groot dikkopje en zwartsprietdikkopje (nog) de enige soorten zijn die hier gezien kunnen worden. Het groot dikkopje vliegt echter een stuk eerder in het jaar (mei en juni), terwijl in juli en augustus de beste tijd is om zwartsprietdikkopjes tegen te komen. De zwarte puntjes op de antennes die op de kop staan, hebben hem de naam ‘zwartsprietdikkopje’ gegeven. Daarmee onderscheidt de soort zich van het geelsprietdikkopje, dat meer op droge zandgronden van bijvoorbeeld Limburg en Noord-Brabant voorkomt.
Zwartsprietdikkopjes leggen hun eitjes met precisie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het bruin zandoogje. De vrouwtjes van die soort laten een groot deel van de eitjes al vliegend tussen het gras vallen. Dan moet het maar goed komen. Zwartsprietdikkopjes daarentegen zoeken naar zonbeschenen, breedbladige grassen, waar het vrouwtjes op een geschikte stengel landt. Vervolgens loopt ze helemaal naar beneden en dan weer langzaam omhoog, waar ze op een hoogte van ca. 15 centimeter haar achterlijft in een dorre stengel steekt. In het dode gras worden platte, witte eitjes afgezet in strengen van vier of vijf, waarna in april de eitjes pas uitkomen.
Dit maakt het zwartsprietdikkopje kwetsbaar, want grassen worden maar al te vaak nog gemaaid in deze tijd van het jaar. De eitjes worden dan afgevoerd en zullen nooit uitkomen. Dit intensieve maaibeheer is vermoedelijk één van de grote oorzaken waardoor het zwartsprietdikkopjes één van de grootste verliezers is onder de vlinders. De soort is sterk afgenomen en op veel plekken verdwenen of in veel lagere aantallen aanwezig. Tegenwoordig zijn het met name natuurgebieden waar zwartsprietdikkopjes kunnen worden gezien, omdat daar genoeg geschikte plekken overblijven waar de eitjes kunnen overwinteren. Het Develbos en het Waalbos zijn bijvoorbeeld goede plekken om met mooi weer nu het zwartsprietdikkopje tegen te komen.
Toch staat de achteruitgang van het zwartsprietdikkopje niet op zichzelf. Tussen 1992 en 2024 zijn vlinderpopulaties met 56 procent afgenomen, meer dan gehalveerd dus. Met name de graslandvlinders, waaronder het zwartsprietdikkopje, hebben het zwaar. Naast het beheer wat ongunstig kan zijn, spelen ook andere factoren mee, zoals een toename van stikstof (met name op zandgronden) en het gebruik van landbouwgif. Die bestrijdingsmiddelen blijken vaak veel verder ook terecht te komen, met alle gevolgen van dien. Ook klimaatverandering is een factor, maar dat speelt andere soorten juist weer in de kaart. Binnen enkele jaren kunnen we hier namelijk ook het kaasjeskruiddikkopje verwachten, een soort die in Zeeland het land is binnengekomen en hard toeneemt naar het noorden. Sinds dit jaar zitten ze al op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten, dus wie weet hebben we straks drie dikkopjes in de regio!
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com








