
Blauwe kieken over de Crezéepolder
LokaalIn de Crezéepolder ligt een zogenaamde trektelpost. Een uitkijkpunt waar met goede weersomstandigheden de overtrekkende vogels worden geteld. Dat gebeurt niet dagelijks, zoals elders in het land wel het geval is, maar wel met enige regelmaat. Twee weken geleden waren er weer enkele goede dagen, want na een lange periode met slechte trekomstandigheden (regen en tegenwind), werd het weer wat rustiger.
In het einde van het najaar zijn het vaak nog behoorlijke aantallen vogels die kunnen doortrekken, zoals houtduiven, vinken, veldleeuweriken, spreeuwen, koperwieken, kramsvogels, maar ook ganzen. Op een goede trekochtend worden er dan gemakkelijk meer dan tienduizend overtrekkende vogels geteld. Bovendien is het voor de tellers altijd hopen op zeldzame soorten die tussen de massa overtrekken naar het zuiden. Dat kunnen ook allerlei soorten zijn, maar in het late najaar is er behoorlijke kans op zeldzame roofvogels als blauwe kiekendief en rode wouw. Dat was dan ook het geval, want op 7 november vlogen twee blauwe kiekendieven én een rode wouw over de telpost.
Blauwe kiekendief is in Nederland een zeldzame broedvogel. Deze schitterende roofvogel heeft de dubieuze eer om vermoedelijk op zeer korte termijn uitgestorven te zijn, dit jaar was er nog slechts één broedgeval op één van de Waddeneilanden. Ondanks dat er jaarlijks wel jongen groot komen, blijkt dat als ze eenmaal uitgevlogen zijn, de overlevingskansen zeer sterk slinken. In Nederland zijn vermoedelijk te weinig grootschalige, geschikte natuurgebieden, waar deze jongen in de nazomer voldoende voedsel kunnen vinden. Uitgebreid onderzoek naar deze soort heeft laten zien dat de meeste jongen uiteindelijk binnen enkele weken vermageren. Een trieste constatering!
De doortrekkende blauwe kiekendieven die we over de Crezéepolder zien komen, onder de vogels ook wel aangeduid als blauwe kieken, komen echter uit Scandinavië. Ook daar doet de soort het niet goed, maar jaarlijks trekken in Nederland tientallen tot honderden exemplaren over naar het zuiden om te overwinteren. Ook in onze regio overwinteren soms blauwe kiekendieven, waarvan de mannetjes schitterend blauwgrijs gekleurd zijn. In de vlucht vallen de duidelijke, zwarte vleugelpunten op, terwijl de vrouwtjes en jonge vogels grotendeels bruingrijs zijn, met een opvallende witte stuit. Blauwe kiekendieven jagen vaak laag boven de grond, op zoek naar muizen en andere kleine zoogdieren, vogels of amfibieën. Het gedrag lijkt daarmee sterk op de bruine kiekendief, die we hier uitsluitend in de zomermaanden zien.
De blauwe kiekendieven en andere roofvogels lijken over de Crezéepolder altijd in hetzelfde ‘baantje’ te vliegen. Ze houden een koers aan zodat ze vrijwel niet over de bebouwde omgeving hoeven vliegen. Via de polder vliegen ze dan langs de Pruimendijk richting het Waalbos, een soort groene corridor tussen Ambacht en Ridderkerk. Zowel in het najaar als in het voorjaar lijkt deze route van belang voor veel soorten, en willen ze duidelijk de stads links (of rechts..) laten liggen. Het oversteken van snelwegen is onvermijdelijk, maar daar draaien ze hun hand niet voor om.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com








