
Keuzevrijheid op sociaal media. Algoritme is vaak gebaseerd op de aannames van de algoritmemaker
LokaalWij mensen zijn nieuwsgierig. We willen weten wat er in onze straat gebeurt of wat er aan de andere kant van de wereld gaande is. Voorheen deden we dat door met de buren te kletsen, naar de radio te luisteren of voor de buis te zitten. Nu heeft sociaal media veel vaker de primeur. En we weten dat op die platformen, het algoritme bepaalt wat we zien. Maar wat is algoritme nu precies en waarom doen we er zo paniekerig over?
Algoritme is eigenlijk niet meer dan een stappenplan dat leidt naar een bepaald doel. Een beetje zoals een bakker een recept volgt om een taart te bakken. Op sociaal media wordt het algoritme ingezet om je zo lang mogelijk op het platform te houden. Door berichten en filmpjes (content) te tonen waarvan het ‘denkt’ dat jij die interessant of leuk vindt. Dat gebeurt vaak op basis van aannames van de algoritmemaker. Bijvoorbeeld als jij op YouTube naar ballet kijkt, zul je wel een meisje zijn. Dat hoeft niet per se te kloppen. De kritiek op de makers van algoritmes, zoals Facebook en TikTok, is dat ze niet vertellen welke aannames ze doen. En wij kunnen niet controleren of de uitkomst (van de aanname) wel klopt.
Bubbel
Op sociaal media krijg je te zien wat volgens de platformen past bij jouw interesses en voorkeuren. Stel, je voetbalt, gaat naar musea en bent geïnteresseerd in Progressief Nederland. Je ziet dan waarschijnlijk niets op je tijdlijn over onderwaterhockey (Octopush), wie er speelt op het festival Zwarte Cross of wat de standpunten van de PVV zijn. ‘Je denkt misschien dat je een compleet wereldbeeld hebt door wat je online ziet, maar eigenlijk zie je alleen maar wat er zich afspeelt in je eigen bubbel’, zegt Tom van Laer, van de Universiteit van Londen. ‘We klikken graag op content die net iets interessanter of extremer is.’ Dat kan je bubbel verder één kant opduwen. Daardoor worden de verschillen groter en komen we tegenover elkaar te staan. Het asieldebat is daar een voorbeeld van.
Leeftijdsgrens
Algoritme beïnvloedt ons (wereld)beeld. Dat maakt ons kwetsbaar. In het bijzonder kinderen en jongeren. Ook daarom wil het kabinet een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media. Volgens de Universiteit van Amsterdam is het goed als Europese landen samenwerken aan een oplossing. De universiteit concludeerde in hun onderzoek dat Nederland volgens de wet een verbod mag instellen voor jongeren. Maar dat het niet kan optreden tegen internationale platforms zoals YouTube of Instagram. Die bevoegdheid ligt bij de Europese Commissie.
Naast de leeftijdsgrens beloven de coalitiepartijen strenger Europees toezicht op grote online platforms, met verplichtingen tot matiging en transparantie over algoritmes en inkomsten.
Paniekerig
Moeten we paniekerig doen over algoritme? We mogen van de overheid verwachten dat zij zo veel mogelijk internetrisico’s weren. Op Nationaal en Europees niveau. Wijzelf kunnen meer alert zijn op wat we voorgeschoteld krijgen. In Australië is de meerderheid van veertien- en vijftienjarigen, ondanks het leeftijdsverbod dat sinds een jaar van kracht is, nog steeds actief op sociale media. De jongeren die wél stoppen, sluiten zelf hun account af of doen dit voor hun ouders. En die keuzevrijheid, daar kan geen enkel algoritme tegen op.
Tekst: Meity Bodenstaff- de Folter








