Een groepje kleine rietganzen kwam recht over mij heen bij Heerjansdam. De donkere koppen, korte nekken en blauwgrijze bovenvleugels zijn goed te zien.
Een groepje kleine rietganzen kwam recht over mij heen bij Heerjansdam. De donkere koppen, korte nekken en blauwgrijze bovenvleugels zijn goed te zien.

Kleine rietganzen over de regio

Lokaal

Vorige week dinsdag was er boven onze regio opvallende trek van kleine rietganzen. Deze ganzensoorten is in Nederland relatief zeldzaam en meestal brengen maximaal 10.000 exemplaren de winter door in ons land. Dat is niks vergeleken met de aantallen van bijvoorbeeld brandgans, waarvan er ongeveer 700.000 in Nederland de winter doorbrengen. De aardigheid van kleine rietganzen is echter dat ze er een heel eigen patroon op nahouden. Dat zorgt ervoor dat we hier meestal geen kleine rietganzen zien, maar dit najaar was dat dus anders.

Kleine rietganzen zijn zoals de naam al doet vermoeden, relatief kleine ganzen. Net zoals andere rietganzen hebben ze een relatief donkere kop, maar zijn goed te herkennen door hun roze poten, blauwgrijze waas over de veren en een korte nek. Daarmee onderscheidden ze zich van de veel algemenere toendrarietgans, maar gedrag zijn er ook genoeg verschillen. De kleine rietganzen die in Nederland overwinteren broeden uitsluitend op Spitsbergen. In het najaar trekken ze daar weg om via Noorwegen en Denemarken af te zakken naar de lage landen. In Nederland komen ze daarbij als eerst aan in Zuidwest-Friesland. Daar verblijven ze meestal enkele weken op de graslanden, waarna in november verder afzakken naar kustpolders in België. Kleine rietganzen hebben daarbij hele specifieke polders die ze gebruiken, zoals ook een poldergebied ten zuiden van Delft waar jaarlijks zo’n 500 exemplaren overwinteren. Kennelijk is het daar ooit bevallen en blijven ze dan terugkeren.

De wegtrek vanuit Friesland (waar overigens ook duizenden kleine rietganzen blijven) gaat vrij massaal, als de omstandigheden goed zijn. Dat was kennelijk vorige week dinsdag het geval, maar er stond een vrij stevige westelijke wind. Waar ze normaal gesproken strak de kustlijn aanhouden, werden ze nu net een stukje landinwaarts geblazen en zodoende kwamen enkele honderden kleine rietganzen over onze regio. Een unicum! Op dat soort dagen houden de lokale vogelaars elkaar goed op de hoogte, zodat groepen ook op andere plaatsen kunnen worden opgepikt. Zo stond ik bij Heerjansdam toen over de Crezéepolder een groep kleine rietganzen werd gemeld. Zo’n tien minuten laten zag ik ze aankomen en kwamen ze recht over mij heen. Een schitterend gezicht!

Ook in het voorjaar (of eigenlijk al midden in de winter) als de kleine rietganzen uit Vlaanderen weer wegtrekken, houden ze strak de kustlijn aan. Dan vliegen ze meestal in één ruk door naar Denemarken, waarna bij stijgende temperaturen de reis naar Spitsbergen wordt afgemaakt. Mede door steeds minder strenge winters neemt het aantal kleine rietganzen in Nederland de laatste jaren sterk af, terwijl het met de populatie juist goed gaat. Veel exemplaren blijven tegenwoordig in Denemarken overwinteren en trekken de laatste paar honderd kilometer niet meer extra naar het zuiden. Alleen als de winter echt invalt gaan ze alsnog, maar het scheelt een behoorlijk stuk vliegen. Het is dan ook niet uitgesloten dat in de toekomst kleine rietganzen helemaal niet meer naar ons land komen om de winter door te brengen, omdat ze dan ook prima noordelijker kunnen overwinteren.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com